De applicatieontwikkelaar bedenkt en programmeert nieuwe applicaties. Dit kunnen kleine uitbreidingen zijn op een al bestaande applicatie (toepassingsprogramma of besturingssysteem) of geheel op zichzelf staande applicaties. Er moet bijvoorbeeld een nieuw type printer aangestuurd kunnen worden vanuit Vista of Linux. Er moet dan een interface worden gemaakt om twee programma’s met elkaar te laten werken.
De applicatieontwikkelaar werkt meestal in teamverband en moet beschikken over uitgebreide kennis van diverse besturingssystemen en moet diverse programmeertalen beheersen. Een specialistische richting binnen de applicatieontwikkeling, en de opleiding applicatieontwikkelaar, is het programmeren van games. De game ontwikkelaar maakt ook gebruik van een deel van het vakgebied van de applicatie ontwikkelaar, maar moet daarnaast in staat zijn om diverse grafische effecten te verwerken in zijn programma.
Een applicatieontwikkelaar moet van alles kunnen: hij/zij weet veel van computers en kan goed samenwerken. Daarnaast moet een applicatieontwikkelaar in staat zijn om de wensen van de klant te analyseren en op te splitsen in diverse deelproblemen. Zo kan hij/zij komen tot een pasklare programmeerbare toepassing.